Het financewerk dat een bedrijf ophoudt is zelden moeilijk. Het ligt alleen op de verkeerde plek. De betaalbatch wacht in een mailbox tot iemand bovenkomt uit een dag vol vergaderingen. Het bonnetje blijft in een jaszak omdat opbergen betekent dat je een laptop moet openklappen. De vraag over een factuur wordt drie keer doorgestuurd voordat hij de persoon vindt die het weet.
Nance in Teams zetten verplaatst dat werk naar waar je team al is. Een goedkeuring komt binnen met de context om hem te beoordelen en een knop om aan te tikken. Een bonnetje regel je vanuit de deuropening van het restaurant. Een vraag over de administratie krijgt antwoord in de tijd die het kost om hem te typen, met de posten erbij gelinkt zodat je haar werk kunt nakijken.
Wat dat oplevert is geen sneller programma, maar een financefunctie die niet langer afhangt van of iemand achter zijn bureau zit. Goedkeuringen gebeuren op de dag dat ze binnenkomen in plaats van in de week dat ze binnenkomen. Documenten bereiken de administratie op de dag dat ze bestaan. Niemand jaagt nog iemand na voor een status.
Het werk zelf gebeurt in je boekhoudpakket, binnen regels die jij stelt, met elke actie gelogd en op naam. Betaalruns laten zien waar de grens ligt: Nance zet de batch klaar en geeft hem aan jou, en jij geeft hem vrij bij je eigen bank. Ze heeft je bankinloggegevens nooit en verplaatst zelf geen geld.